Tagarchief: shoot the messenger

Cognitieve dissonantie en ons zicht op pesten

Cognitieve dissonantie. ‘Jij bent gek en paranoïde!’( of: ‘Als wat jij zegt waar is, dan wil ik het niet weten.’ )

cognitieve dissonantie speelt de seriepester in de kaartCognitieve dissonantie is het onprettige gevoel dat onstaat als ons gevoel in tegenspraak is met onze gedachten of mening. Dit treedt op wanneer we geconfronteerd worden met feiten die indruisen tegen (diepgewortelde) overtuigingen of aannames. De reactie die hierop optreedt is het belangrijkst: wij zullen proberen ons gevoel en onze ratio weer met elkaar in overeenstemming te brengen. Vaak leidt dit tot ontkenning van slecht nieuws, ontkenning van feiten. Lees verder Cognitieve dissonantie en ons zicht op pesten

Serie – pesten en groepsdruk

Wanneer een slachtoffer van pesten hulp van zijn of haar directe omgeving vraagt, is het helaas niet vanzelfsprekend dat die hulp er komt. Hoe duidelijk de misstanden ook waarneembaar zijn! Veelal komt hij of zij in de kou te staan. Dat kan te maken hebben met groepsdruk. Daarover gaat dit blog.

In een vorig blog schreef ik over een confronterende boodschap die zich tegen een boodschapper (in dit geval, het slachtoffer) van (Serie)pesten kan keren. Het slachtoffer wordt als reactie op die boodschap aangepakt, níet de dader (‘ik-wil-dit-niet-weten’). In andere artikelen op deze site wordt uitvoerig stilgestaan bij de doelbewuste manipulaties van de Serie pester die ernstig ondermijnende gevolgen hebben voor relaties binnen groepen (waaronder ook gezinnen!).

Er is echter nog iets waardoor doelwitten geïsoleerd komen te staan, en dat is groepsdruk, in het Engels geduid als ‘peer pressure’. De sociale psychologie heeft veel onderzoeken gedaan naar groepsdruk. Samengevat komt het erop neer dat blijkt dat mensen beïnvloedbaar zijn en in sommige situaties eerder geneigd zijn de groepsopvattingen te volgen dan hun gezonde verstand. Sociale druk kan er zelfs voor zorgen dat een persoon dingen zegt of doet die overduidelijk niet juist zijn.

Mij valt op dat als het om het duiden of in kaart brengen van pesten gaat, er nauwelijks rekening gehouden wordt met groepsdruk. Al te vaak worden er uit signalen rond pesten oppervlakkige, doch verregaande, conclusies getrokken. Een opvatting van meerdere mensen, dus een opvatting waarover de groep eensluidend is, wordt dan verkozen en als ‘waarheid’ ervaren. Men is het roerend eens over de constatering dat het ‘allemaal wel meevalt’, dat ‘het doelwit zich aanstelt’, ‘de vermeende pestkop zo aardig en charmant is’, of dat ‘niemand, behalve het doelwit zich in de situatie herkent’. Het leidt er zelfs toe dat het doelwit zich moet gaan legitimeren. Precies wat de pester beoogt.

Ik vraag mij daarom af of er bij het trekken van conclusies in situaties waar sprake is van structureel pesten niet iets essentieels overgeslagen wordt. Men gaat er al te vaak als vanzelfsprekend vanuit dat de gedeelde mening over een situatie wel zal kloppen. In plaats daarvan kun je, ten behoeve van de objectiviteit, er beter voor kiezen de gedeelde en algemeen geldende groepsopvattingen eens nader en nauwgezet te onderzoeken.

Zo’n onderzoek kun je bijvoorbeeld doen door met de individuen uit groepen uitvoerig in gesprek te gaan. Bij voorkeur over waarnemingen en patronen, niet over opvattingen of meningen. Ergens iets van vinden, doet immers een beroep op (gedeelde) overtuigingen. Open, onderzoekende vragen stellen (‘Wat zag jij toen?’), hebben een ander effect. Daarmee nodig je mensen uit situaties voor zich te zien, zich bepaalde voorvallen te herinneren en daarover na te denken. Je laat mensen reflecteren. Zulke gesprekken, gevoerd uit oprechte nieuwsgierigheid, bij voorkeur door of onder leiding van een externe partij, kunnen veel zinnige informatie opleveren!

Daarbij, je voorkomt ermee dat er uiteindelijk oppervlakkige conclusies worden getrokken die geen recht doen aan de individuele ervaringen van het Doelwit van een pester. Conclusies die ruim baan maken voor degene die doelbewust ondermijnt, de seriepester, die geen berouw kent en nooit zal stoppen! Met gedegen doorvragen naar individuele bevindingen binnen een groep, kun je voorkomen dat een onrechtvaardige situatie tot in lengte der dagen voortduurt, met alle desastreuze gevolgen van dien, voor de hele omgeving van de ondermijner.

Het zou daarnaast wellicht interessant zijn om eens vaker een constructieve, invalshoek te kiezen bij het duiden van menselijk gedrag in groepen. In plaats van: ‘Wat maakt dat mensen hun autonomie inleveren?’, de vraag: ‘Wat maakt mensen bereid vast te houden aan individuele en authentieke opvattingen, gebaseerd op eigen waarnemingen, gebruik makend van gezond verstand?’ Oftewel: hoe creëer je gezonde groepen, gezonde teams, gezonde samenlevingen. Stel de vraag welke voorwaarden nodig zijn om te komen tot vitale, zelfreinigende groepen, waarin individuele, autonome, afwijkende opvattingen mogen klinken. Móeten klinken zelfs!

Want dat is toch één van de diepe drijfveren van sociopate pestkoppen. Het structureel ondermijnen van autonomie, onderscheidend vermogen, intuïtie, persoonlijke kracht, en groeien en bloeien?

Sterker nog, daagt de sociopate ondermijner ons eigenlijk niet uit? Kijken wij wel goed naar zijn of haar provocaties? Waar komen de oppervlakkige conclusies die wij uit zijn of haar duistere acties trekken eigenlijk uit voort? Uit onmacht, onwil, gemakzucht of onwetendheid? Kortom: wie zijn wij eigenlijk zélf? Wordt het niet eens tijd dat ‘gewetensvolle’ mensen in de spiegel kijken?

copyright © Flourishh 2014