Fictie: Spaanse vlieg

WAT??‘Spaanse vlieg? Wat is dat?’
De jonge agent schraapt zijn keel. ‘Het is een erg populair middel, tegenwoordig. Het helpt mannen om het langer vol te houden. En ook vrouwen kunnen er erg, eh …’
De rechercheur onderbreekt hem. ‘Nooit van gehoord? Ik dacht dat alle jonge mensen dat wel kennen. Je schijnt van dat spulletje bijzonder opgewonden te raken.’ Yvanka’s hoofd suist.

Yvanka rilt in haar winterjas. Ze passeert de laatste huizen van het rijtje. Bij het Chateau in de verte schijnt licht. Van daaraf is het niet ver fietsen. Ze is moe, aangeschoten van de wijn, en heeft geen zin tempo te maken. Ze kijkt naar de met sterren bezaaide hemel en snuift de koude lucht in.

Een lange gestalte, verderop, schuin voor haar in de akker, trekt haar aandacht. Er staat ook een auto geparkeerd. Pech?

De gestalte heeft het silhouet van een fotomodel op een catwalk. Zij loopt met vastberaden, verende tred en er wipt een grote dot haar boven een doek om haar hoofd. Misschien heeft de vrouw hulp nodig.

Dan dringt tot Yvanka door dat de gestalte op haar af sprint.
Een lange man, zwarte bivakmuts, strakke spijkerboek en naakt bovenlijf, springt voor haar fiets en pakt het stuur vast.

‘Afstappen! Meekomen!’
‘Nee!’, schreeuwt Yvanka. Haar knieën begeven het, ze valt bovenop haar fiets.
‘Opstaan!’ De man zwaait met een mes.
‘Wacht, doe me niks! Ik zit vast!’ Het sluitkoord van haar jas zit om de trapper. Ze frunnikt aan het koord.

‘Opschieten. Meekomen nu! Hij duwt de punt van het mes voor haar gezicht.
‘Rustig. Wacht. Ik ben los.’
‘Meelopen.’

Ze krabbelt overeind. Ze heeft nu tijd om de man te bekijken. Uit het gat boven de muts steekt en bos blonde krullen. Hij traint, zijn torso is strak gespierd. Ze kan door uitsparingen in de muts alleen zijn groene ogen en zijn volle lippen zien. Het ziet er obsceen uit.
De man bukt, pakt haar fiets en sleept hem naar de greppel.

Yvanka aarzelt niet en zet het op een rennen richting een eenzaam woonhuis in de weide aan de overkant.

‘Help!’ Haar stem klinkt zwak in de donkere lege ruimte. Er brandt geen licht in het huis, dat nog ver weg is. Ze voelt een stoot in haar rug en valt voorover op het harde zand. Een scherpe pijn trekt door haar handen en knieën. Hij trekt haar omhoog aan haar bovenarm en zet zijn mes op haar keel.
‘Die kant op.’
‘Ik wil dit niet hoor. Ik ken jou toch helemaal niet?, hijgt ze.
Hij zwijgt en duwt haar voort.
‘Wat wil je eigenlijk met me doen? Heb je condooms bij je?’
‘Ik ben heel lief’, zegt hij.
‘Maar ik heb een vriend’, liegt ze. ‘Waarom wil je dit?’
Ze zijn bij zijn auto aangekomen. De achterportier staat open.
‘We gaan het hier doen.’
‘Hier?’ Ze kijkt naar de modderige grond.
‘In de auto,’ commandeert hij.
Beelden flitsen door haar hoofd. Een openstaande gulp, het scherpe mes tegen haar naakte huid, een grote hand die trekt aan haar haren. Ze is duizelig. Dan buigt ze naar voren om in te stappen.

In de verte doemen koplampen van een auto op.
Yvanka kijkt naar haar belager. Hij kijkt naar de lampen. Ze geeft hem een duw en rent. Ze kijkt niet om. Ze rent en rent en krijst, de auto tegemoet. De lampen knipperen, en ze hoort de langgerekte toon van een claxon. Vol afgrijzen ziet ze dat de auto haar passeert.

‘Ga zitten’, zegt de rechercheur, zonder van zijn plek te komen. Hij zit achter een bureau, onderuitgezakt in een draaistoel en draait van links naar rechts. De jonge agent biedt Yvanka een stoel aan. Zelf blijft hij staan, naast Yvanka, zijn blik op de rechercheur gericht.

Zodra Yvanka zit, stopt de rechercheur met bewegen. Hij kijkt haar een poosje zwijgend aan.
‘De dader is vannacht uit zijn bed gelicht, in zijn ouderlijk huis. Hij is meegenomen naar het bureau. En hij heeft alles bekend.’
‘O?’
De rechercheur kijkt haar zwijgend aan.
‘Ik ben hier voor de aangifte. Ze zeiden dat ik dat moest doen’, zegt Yvanka met dunne stem.
De rechercheur opent een bureaulade en pakt iets.
‘Dat klopt, dat moet ook, anders is er geen zaak hè.’
‘Nee, natuurlijk.’, zegt Yvanka beleefd.
‘U heeft vannacht gezegd dat de verdachte een mes bij zich had?’
‘Ja, hij dreigde ermee en hield hem voor mijn keel.’
‘Was het een lang mes of een kort mes?’
‘Eh, lang. Ik heb geen verstand van messen. Nee. Kort, denk ik.’

Zijn hand komt tevoorschijn uit de bureaulade en hij houdt een mes omhoog. ‘Was het zo’n mes?’
‘Ja!’, zegt Yvanka opgelucht.
‘Dat is niet juist! Dit mes was het niet. Het mes dat wij bij de verdachte aantroffen had een langer lemmet.’
De rechercheur lacht minzaam en  knijpt met zijn ogen. Ze glanzen tussen zijn donkere wimpers.
Yvanka kijkt omhoog naar de jonge agent.
‘Het was een ander mes, inderdaad,’ zegt deze droog.

‘Onder hevige stress nemen mensen beperkt waar’, gaat de rechercheur verder. ‘Herinneringen van slachtoffers zijn daarom nogal onbetrouwbaar.’
‘Maar. Hij is toch betrapt? En opgepakt?’, stamelt Yvanka.
‘Jazeker. Hij is opgepakt. En hij had het slecht vannacht, hier op bureau. Hij had er verschrikkelijk spijt van. Hij ligt nu eindelijk te slapen, in zijn cel.’
De rechercheur legt het mes terug in de lade.
‘Wat was hij van plan met dat mes?’
‘Nou, niet zo veel, denk ik’, zegt de rechercheur. ‘Hij heeft het in een opwelling gedaan. En nu voelt hij zich stom, hij schaamt zich. Het is een erg beleefde jongen.’
‘Een opwelling? Wat moest hij dan met een bivakmuts en een mes?’
‘Tja, wie draagt er tegenwoordig geen mes bij zich. Voor bescherming. De bivakmuts was nog van de carnaval, heeft de verdachte verklaard.’

De rechercheur schuift een notitieblok voor zich en houdt een pen in de aanslag.
‘Kunt u de gebeurtenissen van gisteravond eens in volgorde voor mij beschrijven’. De rechercheur klinkt nu professioneel.
Yvanka haalt opgelucht adem.
‘Ik fietste naar huis. Over de Hoofdweg. En toen zag ik een auto staan, een stuk van de weg.’
‘Waar kwam u vandaan?’
‘Ik kwam van de stad, ik was daar uit geweest met een vriend en een vriendin.’
‘En toen bent u helemaal alleen naar huis gefietst.’
‘Ja, dat doe ik altijd. Ik ben niet bang aangelegd.’ legt ze geduldig uit.
‘Kon uw vriend u niet even naar huis fietsen?’
‘Ik heb geen vriend.’
‘Volgens de verdachte vertelde u hem dat u een vriend had.’
‘Ja, dat heb ik inderdaad gezegd. Ik hoopte dat het hem op andere gedachten zou brengen.’
De rechercheur trekt zijn wenkbrauwen op. ‘U sprak zojuist over een vriend in uw verklaring.’
‘Dat is een vriend. Niet mijn vriend.’
Yvanka kijkt nerveus naar de jonge agent naast haar. Hij kijkt neutraal naar het raam achter de rechercheur.

‘De verdachte stelt dat u hem vroeg of hij condooms bij zich had. Klopt dat?’ De professionele toon is terug,
‘Ja, dat klopt. Ik wilde hem wakker schudden, ontnuchteren. Ik heb op hem ingepraat.’
De rechercheur spert zijn ogen wijd open.
‘Zozo. Tegenwoordigheid van geest! Had u ook gedacht het condoom bij de verdachte om te doen?’
Yvanka bloost. ‘Nee. Nee natuurlijk niet.’
De rechercheur leunt achterover en tikt met zijn pen op de stoelleuning.
‘Hij heeft toch bekend?’, probeert Yvanka.
‘Ja ja. Hij hééft bekend.’
‘U noemt hem verdachte.’
‘Dat is een formaliteit.’
De rechercheur buigt abrupt naar voren en maakt een aantekening. Hij kijkt naar zijn pen, gooit hem in de prullenbak en pakt een andere uit de bureaulade.

‘Wat bezielt iemand toch om … zoiets te willen doen. Je moet dan veel haat in je hebben.’ Yvanka’s tong plakt.
De rechercheur kijkt op. ‘Wat zijn wij onbeleefd geweest! Wilt u misschien een glaasje water?’
‘Graag. Alstublieft.’
‘Pak jij even een bekertje water voor mevrouw.’
De agent loopt naar de watercooler achter de rechercheur.
‘Voor mij ook één, het is hier warm.’ De rechercheur trekt zijn stropdas los en stroopt zijn mouwen op. Yvanka haalt haar blik van de haartjes onder zijn hals en kijkt uit het raam.
‘Lekker, geef ze allebei maar.’ De rechercheur pakt de bekertjes aan.
‘Alstublieft. Of had u liever koffie gewild?’ De rechercheur glimlacht vriendelijk.
Yvanka probeert haar hand stabiel te houden. ‘Nee, dit is goed, dank u wel.’

De rechercheur zit, wijdbeens, ontspannen achterover en kijkt hoe zij een paar grote slokken neemt.
‘Weet u, deze jongeman handelde niet uit haat. Hij heeft geen agressieve moeder.’
Yvanka kijkt hem vragend aan.
‘Heeft de jongeman u geslagen? Geschopt?’
‘Dat niet. Hij heeft me wel tegen de grond gesmeten. En een mes op mijn keel gezet.’
‘Dat heeft hij gedaan omdat hij geen andere manier zag om u te laten meewerken, heeft hij verklaard.’ De rechercheur klinkt verzoenend.
‘Iemand doet zoiets toch niet omdat hij een beleefd en vriendelijk persoon is?’, zegt Yvanka scherp.
‘Hij had Spaanse vlieg gebruikt, samen met een collega. Die had hem op zitten jutten. En toen voelde hij … nood, zeg maar.’

‘Spaanse vlieg? Wat is dat?’

De jonge agent schraapt zijn keel. ‘Het is een erg populair middeltje, tegenwoordig. Het helpt mannen om het langer vol te houden. En ook vrouwen kunnen er erg, eh …’
De rechercheur onderbreekt hem. ‘Nooit van gehoord? Ik dacht dat alle jonge mensen dat wel kennen. Je schijnt van dat spulletje bijzonder opgewonden te raken.’
Yvanka’s hoofd suist.

‘Hoe het ook zij, hij heeft vreselijk spijt. Hij heeft een vriendin en een baan. Dat heeft hij allemaal op het spel gezet, zag hij vannacht in.’ De rechercheur glimlacht weer.
‘Spijt? Maar als jullie hem zomaar laten gaan… de volgende keer doet hij het goed, dan zorgt ie dat ie niet betrapt wordt!’
‘Je hoeft niet bang te zijn dat hij je opzoekt’, zegt de agent geruststellend. ‘Daders zijn ook onder stress, dus ze herkennen hun slachtoffers niet.’
‘En we hoeven sowieso niet bang te zijn dat hij weer de fout in gaat.’ zegt de rechercheur ontspannen. ‘Hij komt uit een net gezin. En hij heeft veel te verliezen.’

De rechercheur staat op. Hij is lang. ‘Dank uw wel voor uw medewerking, Wij hebben nu het plaatje wel compleet. Wij zullen uw versie uiteraard meenemen.’ Hij komt naast Yvanka’s stoel staan, steekt zijn hand in zijn broekzak en herschikt zijn geslacht. Kan ik u een lift naar huis geven? U wilt na de gebeurtenissen van gisteravond misschien liever even niet fietsen?’
Yvanka reageert niet.
De rechercheur haalt zijn schouders op. ‘Geen vriend. Zo’n knappe jonge vrouw. Snap jij dat nou?’
De agent kijkt naar Yvanka. ‘Nee’, zegt hij, en loopt naar de deur.

copyright © Flourishh 2014

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *