Fictie: Kerstmis

KERST

Betty heeft het gezellig gemaakt in huis. Overal branden kaarsen en nergens elektrisch licht.
Ze heeft het 1e pianoncert van Chopin opgezet in een uitvoering van Svjatoslav Richter, haar mysterieuze held, die net zo zwijgzaam en onvoorspelbaar als haar vader vroeger was. ‘Zorg voor elkaar’, dat is wat ze zich voornamelijk van hem herinnert, toen ze als 15-jarige in het ziekenhuis aan zijn sterfbed zat. Hij had haar zo doordringend aangekeken, met fonkelende grijze ogen, dat het haar missie werd. Zorgen voor anderen.
Heel haar leven heeft in het teken van liefde en barmhartigheid gestaan. Eerst had ze haar moeder opgevangen die alleen met 5 kinderen achterbleef en regelmatig aangaf ‘het niet meer aan te kunnen en liever dood te zijn’. Daarna, toen haar jongste broer het huis uitging, trouwde ze een man, die doorging als een tiran, maar kon rekenen op haar onvoorwaardelijke liefde en toewijding. Ze kreeg in korte tijd 4 kinderen en stond er tot hun volwassenheid alleen voor. Toen haar man haar op haar 60e verliet, zonder één woord te zeggen, met een brief van een advocatenkantoor, besloot ze als vrijwilligster dingen voor de kerk te gaan doen.

Een gelukkige tijd brak aan, met volle, lange dagen. Voor ze het wist was zij 80 geworden en die mijlpaal werd gevierd met alle kinderen en kleinkinderen, 11 in totaal. Vlak daarna werd zij om onverklaarbare reden mager en toen haar huisarts haar vertelde dat zij ernstig ziek was, berustte zij in stilte in haar lot. ‘Ik heb een mooi leven gehad en ben daar dankbaar voor’, zei zij tegen zichzelf en besloot op een waardige manier afscheid van haar kinderen en kleinkinderen te nemen.
Dat moment zou morgen zijn, Eerste Kerstdag. Haar zorgvuldig opzij gelegde spaargeld, opgelopen tot een aanzienlijk bedrag, was haar goed van pas gekomen. Weken was zij bezig geweest met het kopen van cadeautjes. Het werden smaakvolle, blijvende herinneringen, sieraden en horloges voor haar kinderen en hun partners, en voor de kleinkinderen schattige envelopjes met geld dat hun ouders naar eigen inzicht besteden mochten.
Het was voor het eerst dat zij iedereen met Kerst te eten had gevraagd en er was verbaasd op haar uitnodiging gereageerd. Aangeboden hulp had zij resoluut afgeslagen, het zou en moest haar laatste liefdevolle inspanning worden. Alles wat zij nog te geven had, zou zij deze Kerst uitdelen. Zó wilde zij herinnerd worden en niet anders.

Ze had die middag voor haar doen een grote kerstboom gekocht. Ze had haar keus lang uitgesteld en het geluk hielp haar die dag een beetje. De boom was fors afgeprijsd en een andere klant, die haar verhaal over het naderende feest had aangehoord, bood aan de boom naar huis te brengen, ook dat scheelde in de kosten. Thuis had hij de boom op zijn plek gezet en bij de koffie had zij hem trots de kadootjes laten zien die zij nog inpakken moest. De man had haar vervolgens spontaan verteld over zijn armoede. Over zijn vrouw, zijn zoon en baby die net gekomen was. Dat ze er zo alleen voor stonden en soms niks te eten hadden. Betty had hem genereus wat geld toegestopt. ‘Vooruit, pak aan, het is niet mijn gewoonte aan vreemden geld te geven, maar u bent hier waarschijnlijk op dit moment niet voor niks, dit is voor de Kerst’. De man weigerde eerst en pakte later het geld aan. Hij was diep ontroerd geweest en had haar, terwijl hij in zijn ogen wreef, vergeleken met moeder Theresa, maar die vergelijking had zij weggewimpeld. ‘Zorgen is mijn aard’ had ze gezegd en juist hem overladen met complimenten. ‘Mensen helpen elkaar vandaag de dag niet meer en het is een voorrecht dat ik juist u vandaag ontmoet heb’. Toen ze de man even later de deur uithielp, had ze hem bemoedigend uitgelegd dat er voor iedereen op aarde, ook in donkere tijden, een lichtje schijnt.

Nu is het dus bijna zover. Ze heeft een paar rollen groen crêpe papier gekocht en de randen kunstzinnig ingeknipt. Ze zal er straks alle kadootjes, nu nog in een grote doos, zorgvuldig op neerleggen. Tussen de kadootjes plaatst ze foto’s van vroeger, van haarzelf, haar jeugd, de tijd dat ze trouwde, zélf kinderen kreeg, en oma werd. Zo is het net of haar hele leven op tafel komt te liggen. Het leven waar ze straks afscheid van nemen gaat, want, zo voelde ze ’s ochtends, dat moment komt snel naderbij.
Net nadat ze de kartonnen doos met kadootjes op de grond vlak voor de tafel heeft gezet, gaat de voordeurbel. Ze kijkt op de klok. Half elf? Wie kan dat nu zijn? Er wordt nu ook gebonsd en geroepen. Ze hoort een kinderstem. Ze maakt licht in de vestibule en doet de deur van het slot. In de deuropening staat een jongen van een jaar of acht. Hij huilt en is zichtbaar in paniek. ‘Mijn moeder’, schreeuwt hij, ‘mijn moeder is gevallen en ligt naast de kinderwagen, ze gaat dood’. Betty bedenkt zich geen moment. Ze slaat een sjawl om en loopt de jongen achterna. Het regent en het is fris. Het waait stevig. De jongen holt vooruit en op de hoek van de straat ligt een vrouw naast een kinderwagen. In de kinderwagen huilt een baby. De jongen valt bovenop zijn moeder en klemt zich aan haar vast. Betty gaat naast hem zitten en tikt de vrouw voorzichtig op haar schouder. Ze is nog warm. Ze reageert op haar zachte stem. Ze klinkt verward. Betty helpt de vrouw rechtop. ‘Ik ben uitgegleden’ fluistert ze en ze kijkt Betty dankbaar aan. ‘Wij hadden net licht bij u zien branden en het zag er zo gezellig uit, met die mooie grote boom. Ik denk dat mijn zoon daarom naar u toe gelopen is.’ De vrouw trekt de jongen tegen zich aan en buigt over de kinderwagen. Ze zegt iets tegen de baby. Betty biedt de vrouw iets te drinken aan, maar die wil daar niets van weten. ‘Nee, dank u’, zegt ze verlegen, ‘we moeten op huis aan, het is nog een flink stuk lopen’. Voor ze het weet, vervolgt de vrouw haar weg. Betty kijkt ze hoofdschuddend na. ‘Zo laat op straat nog, en dan nog wel op Kerstavond’, zegt zij zacht.

Betty loopt terug naar huis. Even verderop rijdt een auto weg. Hij komt haar bekend voor, maar het is te donker om het goed te kunnen zien. Haar voordeur staat nog op een kier. Ze loopt de vestibule in, doet de deur op het nachtslot, en hangt haar sjawl over haar jas aan de kapstok. In de keuken maakt ze een kopje warme chocolademelk, net als ze vroeger voor de kinderen deed. Eerst wat cacaopoeder, scheutje warme melk, suiker, flink roeren en dan de rest van de hete melk er bovenop. Neuriënd loopt ze de warme kamer in. Het ruikt er gezellig naar dennennaalden en kaarsen. Als ze de doos met de cadeautjes op wil pakken, ziet ze dat die er niet meer is. Hij is weg. Betty kijkt verschrikt om zich heen. Had ze de doos eerst boven neergezet toen de bel ging? Ze loopt door het huis en vindt niks. Waar ze ook zoekt. De doos met cadeautjes is verdwenen en nergens meer te vinden.
Betty loopt de huiskamer in en gaat sprakeloos voor de kerstboom staan. Zelfs de foto’s van vroeger hadden in de doos bij de cadeautjes gezeten. Het is of al het bloed uit haar hoofd wegtrekt. Ze duizelt en hapt naar adem.

Wanneer ze een uurtje later bijgekomen is en weer een beetje helder kan nadenken, ziet Betty de man van de kerstboom weer voor zich. Hoe hij de boom glimlachend in de kamer zette, op de plek waar de boom nu staat. Ze herinnert zich zijn aangrijpende verhaal over zijn geldgebrek, de problemen met zijn vrouw, zijn zoon en baby die net geboren is. Ze herinnert zich het geld dat ze hem toestopte, een fors bedrag. Ze ziet weer voor zich hoe hij het aannam. Zonder er naar te kijken, stopte hij het in zijn broekzak. Als een zakdoek, waar hij zijn neus in had gesnoten. Die man had net zo’n auto gehad. Dat weet ze nu zeker. Ze heeft er ’s middags zelf nog ingezeten. Ze wordt zenuwachtig. Ze voelt iets onbestemds. Iets dat koud is en leeg. Dan besluit Betty de politie te bellen.

Wanneer de politie even later bij haar binnen zit en haar een aantal gerichte vragen stelt, vraagt ze zich hardop, hoofdschuddend, vol ongeloof, bleek en trillend van woede af, of het één soms met het ander te maken heeft en de man van vanmiddag, de vrouw, de jongen en de baby die zij vanavond hielp, soms bij elkaar horen.

Copyright © Flourishh 2014

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *